Column Boudewijn Steur: Leren, leren, leren!

De rol van het gemeentebestuur en de gemeenteraad verandert. Dat is het gevolg van ontwikkelingen in de samenleving: inwoners ontplooien steeds vaker zelf initiatieven of nemen zelf verantwoordelijkheid voor hun eigen leefomgeving. Maar het is ook het gevolg door keuzes vanuit de overheid zelf: in nieuw beleid wordt meer overgelaten aan de samenleving of aan de markt, waardoor de overheid een andere – vaak meer faciliterende en ondersteunende – rol wordt toebedeeld.

Die veranderende rol heeft ingrijpende gevolgen voor de manier waarop bestuurders, volksvertegenwoordigers en ambtenaren in gemeenten hun werk doen. Van hen wordt immers gevraagd dat zij zich anders opstellen, dat zij anders denken en dat zij zich anders gedragen. Het Spoorpark in Tilburg is hiervan een mooi voorbeeld. Bewoners ontwerpen en beheren hier een nieuw stadspark. Taken die traditioneel bij de gemeentelijke organisatie horen. De gemeente houdt zich in deze nieuwe rol niet bezig met de vraag hoe het park er uit moet komen te zien of hoe het beheer zo efficiënt mogelijk gedaan kan worden. Als bestuurder, volksvertegenwoordiger en ambtenaar ben je ineens bezig met de vraag hoe je bewoners de ruimte kan geven zelf tot een gedragen ontwerp te komen. En hoe je het financieel en juridisch mogelijk maakt de beheertaken aan hen over te dragen. Hele andere vragen, die ook om een andere vorm van expertise en denken vragen.

Deze nieuwe manier van werken gaat niet vanzelf. Daarom wordt vaak ingezet op het stimuleren – of voorschrijven – van die andere houding of dat andere gedrag. Dat kan door aanpassingen in regelgeving, maar vaker wordt dat gedaan door het uitbrengen van een handreiking of door het geven van informatiesessies. Of om het hipper te maken, wordt een podcast of een webinar beschikbaar gesteld.

Het zijn allemaal lovenswaardige pogingen om de houding en het gedrag van mensen te veranderen. Ik ben echter bang dat het niet voldoende is.

Het leren verleerd

We vergeten namelijk iets belangrijks. Gedrag en houding verander je niet zomaar met een nieuwe regel in de wet of een eenmalige cursus of training. Andere manieren van denken en werken moeten geleerd worden. En leren doe je niet eventjes op een achternamiddag. Dat vergt tijd en inspanning. De vraag is zelfs of we dat nog wel kunnen. Verleren we – als we ouder worden – het leren niet een beetje?

Het heeft mij altijd verbaasd hoe makkelijk er wordt gedacht over leren. Ik heb kinderen en de belangrijkste manier om ze iets te leren, is herhaling. Ik kom net van vakantie terug en heb mijn jongste dochter geleerd hoe ze met bestek moet eten. Of eigenlijk: ik ben bezig om haar te leren hoe ze met bestek moet eten. Dat gaat stapje voor stapje. En door continu te blijven herhalen. Als kinderen naar de lagere school gaan, zie ik hetzelfde gebeuren: eigenlijk alleen door herhaling wordt er geleerd. Hoe zij bijvoorbeeld leren schrijven of hoe zij leren rekenen. Op de middelbare school en ook op de universiteit is het niet anders: herhalen, herhalen, herhalen!

Maar daarna hoeft dat blijkbaar niet meer. Vanaf de universiteit wordt verwacht dat mensen leren door een keer een training te volgen of door een keer een handreiking te lezen.

Omgevingswet

Neem de Omgevingswet. Daardoor gaat er voor gemeenten veel veranderen, niet in de laatste plaats voor de rol van de gemeenteraden. Deze moet meer kaderstellend worden en inwoners komen zelf meer aan het roer te staan als het om de inrichting van hun eigen leefomgeving gaat. In veel gemeenten zie ik dat voor gemeenteraden een informatieavond wordt georganiseerd, waarin kennis overgedragen wordt over wat er gaat gebeuren en wat dat betekent voor de nieuwe rol van de raad. Sommige gemeenten gaan nog een stap verder door een Raad in beraad-sessie te organiseren, waarin de gemeenteraad een avond oefent met een casus. Zo ondervinden raadsleden hoe de Omgevingswet in de praktijk uitwerkt. En vaak blijft het daar dan bij. In de vooronderstelling – of in ieder geval in de hoop – dat raadsleden nu in ieder geval de basis kennen.

Inzetten op herhaling

Maar het is te optimistisch om te stellen dat door een structuurwijziging het gedrag van mensen van de ene op de andere dag verandert. Het vergt dat zij leren hoe zij daar mee omgaan. Het opstellen van een handreiking of het aanbieden van een cursus volstaat dan niet. Als het ons menens is, dan moeten we daar echt in investeren door in te zetten op herhaling. En laten we wel zijn: dat is ook leuk! Door echt te gaan leren in het openbaar bestuur, vergroten wij ons handelingsrepertoire. Daarom wordt er bijvoorbeeld vanuit Democratie in Actie ook ingezet op het Digitale Leerplatform, waar raadsleden, statenleden en waterschapsbestuurders 365 dagen per jaar online terecht kunnen voor de laatste kennis en vaardigheden. Nu geloof ik wel dat mensen als zij ouder zijn misschien minder herhaling nodig hebben, omdat zij bepaalde kennis en vaardigheden al kunnen plaatsen en het daardoor makkelijker kunnen toepassen. Maar we mogen wel wat reëler worden in onze verwachtingen hoe mensen gedragsverandering leren.

Dit geldt zeker niet alleen voor volksvertegenwoordigers. Ook andere spelers in de lokale democratie moeten meer gaan leren. Laat ik bij mijzelf beginnen. Naast mijn werk ben ik voorzitter van twee rekenkamers (Alphen a/d Rijn en Rijswijk). Daarvoor ben ik benoemd op basis van mijn ervaring met het begeleiden van onderzoeken en omdat ik ervaring heb opgedaan in drie andere Rekenkamers. Ik kan zo een aantal aspecten noemen, waar ik mijn kennis en vaardigheden op zou kunnen verdiepen, zodat ik mijn functie beter zou kunnen uitoefenen. Hoe onderhoud ik op een effectieve manier contact met de gemeenteraad, in welke vorm giet ik de aanbevelingen zodat raadsleden daar het meest aan hebben en hoe zorg ik ervoor dat de gemeenteraad ook twee jaar later nog weet dat wij een rapport over een bepaald onderwerp hebben uitgebracht? Ik investeer daar nog te weinig in.

Het punt van herhaling is uiteraard niet de enige voorwaarde om het leren in de lokale democratie te vergroten.

Fouten maken om te leren

We veronachtzamen ook een ander belangrijk punt: vaak moet je fouten maken om te leren. Dat weet een kind dat leert fietsen, een student die deze zomer voor zijn hertentamens zat te blokken en een ondernemer die zijn vierde startup begint. Maar gunnen we onszelf als politiek en overheid ook die ruimte om nieuwe dingen te proberen voordat we van onszelf verwachten dat ze ook echt lukken? Durven we naar bewoners toe uit te spreken dat we onze nieuwe rol als facilitator en ondersteuner nog aan het oefenen zijn? Dat we nog niet altijd weten hoe ver we willen en kunnen gaan in het loslaten of overdragen van taken? En dat we daarbij vaak ook nog zoeken naar hoe onze nieuwe rol er dan precies uit moet zien?  Met andere woorden, mogen we het van onszelf ook een keer goed verprutsen, zodat we het de volgende keer beter doen?

Leren is niet vrijblijvend

En als laatste punt zou ik hier de olifant in de kamer ook willen benoemen: leren is niet vrijblijvend. Het heeft mij altijd verbaasd dat binnen het openbaar bestuur leren in zekere zin optioneel is. Politici, bestuurders en ambtenaren moeten het als hun verantwoordelijkheid beschouwen om continu te blijven leren. In andere ambachten zou het ondenkbaar zijn dat het bijleren op nieuwe inzichten, nieuwe vaardigheden en andere werkwijzen optioneel is. Waarom is dat zo anders voor het openbaar bestuur? Dat is een vraag waar wij ons over moeten buigen.

Eén ding is namelijk zeker: met de inzet op leren gaat de kwaliteit van de lokale democratie omhoog!

Een eerste stap zetten wij dit jaar door voor de eerste keer de Summer School Democratie te organiseren. En met iedere eerste stap begint een reis. Een inspirerend einde van de zomer en begin van het nieuwe politieke jaar: een hele dag leren over de democratie!