Column René Cuperus: De les van Moerwijk

Auteur René CuperusDatum 16-04-2019

'Voorkom een parlementaire enquête over de Energietransitie!'

Ik ben de laatste tijd op een aantal conferenties, seminars en bijeenkomsten geweest. Over lokale democratie, burgerparticipatie en maatschappelijke opdrachten als de energietransitie. Vaak goed georganiseerde, informatieve bijeenkomsten, met een wisselende kwaliteit lunchbroodjes, vaak  goedmoedig van toon. Ook niet alleen maar bevolkt door de usual suspects only, al zijn er tussen alle mensen die ‘voor hun beroep’ deze bijeenkomsten bezoeken weinig burgers te vinden, laat staan niet-actieve burgers. Problematischer is dat op deze bijeenkomsten vertegenwoordigers van lokale partijen en vooral van de zogenaamde populistische partijen (PVV, FvD) fors zijn ondervertegenwoordigd. Daardoor wordt er vaak door de gevestigde mainstream over lokale identiteit, onbehagen en populistische onvrede bij anderen gesproken. Niet met, maar over. Dat is jammer. Er zou meer moeite moeten worden gedaan om ook andere soorten bijeenkomsten te organiseren, op andere plekken, met andere mensen. Dat zou de rijkheid en volheid van de discussie ten goede komen. En tot beter begrip leiden van wat er in Nederland bij veel mensen precies speelt.

                Heetste aardappel op deze bijeenkomsten is toch de energie-transitie. Je loopt er de believers tegen het lijf, de niets-aan-de-hand-school die denkt dat de energietransitie op rolletjes zal lopen, maar ook alarmisten die vrezen dat de energietransitie het maatschappelijk onbehagen en de woede eerder zullen aanwakkeren, zeker als het verkeerd wordt aangepakt en gecommuniceerd.

                Bij die laatste denkschool hoor ik, vrees ik. Deze school moet ervoor oppassen niet al te snel zijn gelijk te willen halen met de enorme overwinning van Thierry Baudet bij de provinciale verkiezingen, al is dat voor veel alarmisten wel een ’told you so’- moment. Immers, uit het meeste onderzoek blijkt dat Baudets verzet tegen het klimaatbeleid een belangrijke ingrediënt van zijn overwinning is geweest. Niet alle Forum voor Democratie-kiezers zullen zijn totale ontkenning van de urgentie van het (Nederlandse) klimaatvraagstuk delen, maar wel blij zijn dat er in elk geval iemand was die tegengas durfde te geven tegen het opeens massale ‘van het gas en benzine af-sentiment’, waardoor heel Nederland sinds kort bevangen is geraakt. De electorale doorbraak van Baudet was, voor een belangrijk deel, een opstand tegen het klimaatbeleid en de energietransitie, een revolte tegen de plotselinge Vergroenlinksing van centrum-rechts (VVD en CDA). Een opstand over kosten en overrompeling.

De mist van de energietransitie

De energietransitie is niet alleen een hete aardappel voor Forum voor Democratie-kiezers, maar stuit breder op onzekerheid en desoriëntatie. Ik kwam op die bijeenkomsten raadsleden en wethouders tegen die zich zorgen maken over de gekozen aanpak van de energietransitie. Zij vrezen dat met name de regionale energie-strategie tot wrijving en vervreemding zal leidden. Raadsleden krijgen het gevoel ‘bij het kruisje’ te moeten tekenen. Als dat waar is, zou dit betekenen dat de  energietransitie al volstrekt onvoldoende ‘geïnternaliseerd’ raakt bij lokale politici, die idealiter de ambassadeurs daarvan zouden moeten zijn in hun gemeente. Laat staan bij de burgers.  

                Daartegenover staan de evangelisch-blije ’gasvrije ambtenaren’ die strooien met goed gelukte voorbeeldprojecten. Goedkoop, met draagvlak van de inwoners! Want ook die zijn er blijkbaar. Duidelijk is dat we in een nog voor iedereen volstrekt onduidelijke startfase zitten, de mist van de energietransitie, en veel nog ontwikkeld en uitgedacht moet worden. Het hangt bijna van het temperament en karakter van mensen af, hoe ze met dit Voorlopige Niemandsland van de Energietransitie omgaan. Optimisten omhelzen het avontuur. Pessimisten bijten zich stuk op zwartgalligheid.

                Duidelijk is wel dat de geplande energietransitie een ongekende opgave is, zonder veel precedent. En een enorm beroep doet op het organisatie- en communicatievermogen van alle betrokkenen. Zoals een ambtenaar ergens zei: ‘dit is de eerste opgave die ik tegenkom waarbij we ‘achter de voordeur’ van alle Nederlanders komen. Normaal komen we alleen achter de voordeur (mooi ambtelijk jargon) als mensen problemen hebben. Bij multi-probleemgezinnen, in het geval van schulden, jeugdzorg of huiselijk geweld. Maar de energietransitie dwingt ons in alle huizen binnen te dringen. En we weten niet precies wat we daar gaan aantreffen of hoe dat zal aflopen’’.   

Proef op de som in Moerwijk

Met een toevallig werkbezoek heb ik onlangs de proef op de som genomen. Een tamelijk extreme proef op de som. Het werkbezoek betrof Den Haag-Zuidwest, meer precies Moerwijk, Morgenstond & Bouwlust/Vrederust - de wijken die net achter de Schilderswijk liggen, richting Delft. Grotendeels naoorlogse flatwijken die ooit het summum van burgerlijke trots en wederopbouw-moderniteit waren. Naar verluidt bevindt de wieg van de Haagse popmuziek zich hier: van Indorock tot Golden Earring. Maar inmiddels is dit de grote Doorgangswijk voor nieuwkomers van Den Haag geworden. Met een enorme transformatie tot gevolg. Bijna 70% van de bevolking (in Moerwijk) is van niet-Nederlandse afkomst. En in deze wijken huist nu de grootste Poolse gemeenschap van Nederland.

                Wie op een zonnige middag door deze wijken heen fietst, voelt zich als de Amerikaan die zegt: ‘als dit jullie achterstands-banlieu is, wees dan blij met dit land, want internationaal gesproken is dit een prima aangeharkte woonwijk’. Zo’n denkbeeldige Amerikaan heeft gelijk waar het gaat om de buitenkant van de woningen. Maar anders dan de fris geverfde buitenmuren van de wederopbouw-flats suggereren, gaat het helemaal niet goed met de kwaliteit van samenleven in deze flatwijk. Veel bewoners voelen zich onveilig. Slechts 36% voelt zich thuis in de wijk. Er is veel armoede en achterstand ’achter de voordeur’. In Moerwijk hebben mensen het minst onderling contact van heel Den Haag. Er wordt bijna geen Nederlands meer gesproken in de winkelstraten. Sociale cohesie en leefbaarheid staan onder grote druk. De door de bewoners meest genoemde problemen zijn schimmel, ratten in de binnentuinen en onveiligheid.

                En ook al staan deze wijken al lange tijd bekend als het ‘verloren, genegeerde deel van Den Haag’, het blijft op een of andere manier moeilijk om in Den Haag, de meest gesegregeerde stad van Nederland - met een ongekende welvaartskloof tussen de expats in het Statenkwartier en de Syrische vluchtelingen in Moerwijk -, politiek-ambtelijke urgentie te ontketenen voor deze wijken. Mede dankzij de doorbraak van Groep De Mos/Hart voor Den Haag lijkt er op dit punt iets te kantelen. De ‘Ombudspolitieke Methode De Mos’ (Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken, 2019/1) gaat nu ook zijn sporen achterlaten in deze achterstandsgebieden van Den Haag, waarvan sommigen fluisteren dat Den Haag Zuidwest – als er niet echt iets ingrijpends gebeurt – het eerste banlieu van Nederland zou kunnen worden. Een achterstandsreservaat in Middenklasse-Samenleving Nederland.

                Zeer goed nieuws wat dat aangaat is dat het huidige kabinet met de gemeente Den Haag voor dit gebied een zogenaamde Regio Deal heeft afgesloten. Om de neerwaartse spiraal te stoppen en de sociaal-economische positie en de samenlevingskwaliteit van Den Haag Zuidwest te verbeteren. De vraag is zelfs of dit genoeg is, en of Den Haag Zuidwest niet de allerhoogste urgentie moet krijgen, vergelijkbaar met het Nationaal Programma op Rotterdam-Zuid. Code Rood van gebrek aan samenlevingskwaliteit. Want inderdaad, Den Haag-Zuidwest is een gebied waar de nieuwe samenwerkingsfilosofie van minister Ollengren van Binnenlandse Zaken volop op van toepassing is. De probleemdruk in dit gebied is groter dan alleen de gemeente Den Haag aan kan. Gevraagd is hier: ‘een nieuwe manier van werken. Een nieuwe manier van samenspel. Meer in termen van partnerschap. In termen van samen oppakken en samen doen. Overheid en samenleving samen. Overheden onderling. Over bestuurlijke grenzen heen, en wel omdat óók de maatschappelijke kwesties zich niet aan die grenzen houden’ (Thorbecke Lezing).

                De grote vraag is dan natuurlijk wel, en daar komt de proef op de som, of zo’n welhaast on-Nederlands probleemgebied als Den Haag Zuidwest nu uitgerekend ook één van de ‘proeftuin aardgasvrije wijken’ zou moeten zijn. Hebben de bewoners daar geen andere zorgen aan het hoofd? Zijn er hier geen belangrijker dingen te doen? Terechte vragen gezien de alarmerende context.

                Toch is inderdaad de wijk Bouwlust/Vrederust geselecteerd als een van de 27 aardgasvrije experimenteerwijken. Dat levert de proef op de som op of energietransitie zo uitgevoerd kan worden, dat mensen in benarde sociale en financiële situaties dit in hun voordeel gaan zien, dan wel als een verdere aanslag op hun al moeilijke leven. Veel zal afhangen van de manier waarop die energietransitie gecommuniceerd en uitgevoerd wordt. Voor de voordeur en achter de voordeur.     Wat betekent warmtepomp in het Pools, en hoe leg je een warmtenet uit op zijn Turks? Maar belangrijker: zal men erin slagen het vertrouwen te winnen, door de energietransitie te verbinden met andere, dwingender maatschappelijke problemen waarmee men kampt? Door geloofwaardig te maken dat het levensonderhoud echt goedkoper wordt door lagere energietarieven. Door te laten zien dat de schimmel in de huizen door isolatie zal verdwijnen. Door juist lokale werklozen en werkzoekenden in te schakelen bij de uitvoering van de werkzaamheden. Door sociale ontmoetingen te stimuleren rondom het energietransitie-proces, zodat er een begin van ‘samen-leven’ ontstaat in dit permanente doorgangshuis. Dat alles vergt enorm veel takt, empathie, straatwijsheid van politici, ambtenaren en uitvoerders, die niet altijd automatisch beschikbaar zijn.

                Maar toch zal hiervan afhangen of een energietransitie tot meer vertrouwen zal leiden in de politiek, de mainstream-samenleving, de overheid en de instanties. Dan wel of energietransitie als een overrompelende coup van morele, hoogopgeleide betweters zal worden ervaren, waardoor het politiek en maatschappelijke wantrouwen eerder zal toenemen. Ik vrees dat een slecht uitgevoerde, en slecht uitgelegde Energietransitie ook in Nederland tot een nog heftiger populistische opstand kan leiden, een opstand van de beknelde middengroepen. Misschien niet zoals in Frankrijk met straatrellen, maar de gevestigde politiek zal dan fors onder vuur liggen.

                Het kan beide kanten uit. Maar in dat laatste geval, kunnen we nu alvast met de Parlementaire Enquête Energietransitie beginnen: ‘Wat ging er mis in de communicatie met de inwoners?’

René Cuperus is als extern adviseur verbonden aan het BZK/VNG-samenwerkingsprogramma ‘Democratie in Actie’.