Column René Cuperus: De lokale democratie is er niet alleen voor mooi weer

Datum 22-06-2020

Crisissen zijn vaak katalysator van al langer lopende trends. Met de coronacrisis, die tegelijk volksgezondheidscrisis en sociaal-economische crisis is, lijkt iets soortgelijks aan de hand. Ook die vergroot ontwikkelingen uit en zet het spotlicht op onderhuidse spanningen. Internationaal, nationaal en lokaal.

Zo wordt als gevolg van de coronacrisis internationaal gesproken van een versnelde opmars van China en een verdere verzwakking van de hegemoniale positie van Amerika. Sommigen nemen al de term ‘post-Amerikaanse wereldorde’ in de mond. Nationaal zien we dat de weerstand tegen de neoliberale efficiency-samenleving een verdere boost heeft gekregen. Er is een zeker eerherstel van de overheid en van publieke waarden bespeurbaar.

Ook in de lokale democratie heeft de coronacrisis langer lopende trends verhevigd. Zo is de uitspraak - ’het gaat goed met het lokaal bestuur, maar minder goed met de lokale democratie’ - door de coronacrisis meer dan ooit bewaarheid geworden. De balans tussen bestuurlijke, uitvoerende macht en controlerende en kaderstellende macht is tijdens de coronacrisis verder verschoven naar die van het lokaal bestuur.

Dat had natuurlijk alles te maken met de noodsituatie van een viruspandemie. Rampsituatie GRIP 4 werd geactiveerd, en dat betekent een centralisering van crisismanagement. Het gezag van de gemeentebesturen werd overgeheveld naar de burgemeester-voorzitters van de Veiligheidsregio’s, die op hun beurt in het Veiligheidsberaad landelijke voorschriften en maatregelen kregen opgelegd via de minister van Volksgezondheid of die van Justitie en Veiligheid.

Wie of wat stond hier geheel buitenspel? De gemeenteraden, en daarmee de lokale democratie. Een afstand die nog eens werd versterkt door de verplichting van social distancing. Daardoor waren fysieke bijeenkomsten van de gemeenteraden niet of nauwelijks mogelijk, al is snel en kundig geprobeerd om dat met digitale besluitvormingsalternatieven nog enigszins op te vangen.

In acute noodsituaties gaat het om snelheid, daadkracht en eenduidigheid van handelen. Korte, snelle lijnen, met voorbijgaan aan de zorgvuldige procedures en democratische deliberatie en besluitvorming uit het ‘oude bestuurlijke normaal’. In een beperkte en tijdelijke rampfase valt hier wel enig begrip voor op te brengen, maar problematisch wordt het als zo’n situatie te lang aanhoudt of gehandhaafd blijft in een nieuwe coronawet. Lokale democratie is er niet alleen voor mooie dagen als de zon schijnt.

Gemeenteraden waren al een zorgenkind aan het worden. Steeds meer analyses (zie bijvoorbeeld het recent verschenen boek ‘Lokale democratie op zoek naar zichzelf’) laten zien dat er sinds de dualisering een machtsverschuiving is opgetreden richting B&W en de professionele ambtelijke organisatie. Met het vertrek van de wethouders uit de raad - de politieke zwaargewichten -, is de gemeenteraad politieke statuur ontnomen en raakte het bestuur, meer dan goed is, gedepolitiseerd en vertechnocratiseerd.

Daar komt nog bij dat de representatieve positie van de gemeenteraden ook nog door iets anders onder druk staat. En wel door de op zich toe te juichen opmars van burgerparticipatie en maatschappelijk initiatief. Delen van de lokale samenleving organiseren zichzelf op nieuwe manieren, deels in reactie op de verzwakking van de traditionele partijpolitiek. Gemeenteraden voelen zich door dit alles wel steeds meer ingeklemd tussen actieve burgers aan de ene kant en op technocratische afstand opererende bestuurders aan de andere kant.

Dit fenomeen wordt nog eens extra versterkt door de vergaande regionalisering van gemeentebeleid. Ook die zet gemeenteraadsleden (en inwoners) op grote afstand. Dat was al zo voor de coronacrisis. Zie het aanzwellende onbehagen bij gemeenteraadsleden over de Regionale Energie Strategieën (RES). Men heeft het gevoel daarop volstrekt onvoldoende grip te hebben.

Waar het mij nu om gaat, is dat dit hele plaatje van ‘democratie versus bestuurlijke efficiency’ verhevigd is door de coronacrisis.

  • De gemeenteraden zijn buitenspel komen te staan;
  • De ongekozen regio-burgemeesters zijn uit hun lokale democratie opgestegen en opeens ‘staats-crisismanagers’ geworden;
  • Gemeenten zijn nog meer als normaal louter uitvoeringskantoor en doorgeefluik van landelijk beleid;
  • Het ontbreekt lokaal aan gezaghebbende media waarmee de lokale politiek in crisissituaties de inwoners kan bereiken. Er was geen lokaal/regionaal equivalent van de nationale corona-persconferenties;
  • Het goede nieuws van de coronacrisis waren de creatieve burgerinitiatieven en zelfhulp-app-groepen die hulpbehoevende mensen in de buurt hielpen met boodschappen of andere diensten. Non-politieke burgerparticipatie.

Regionalisering een blijvertje?

Een mogelijk blijvende opbrengt van de coronacrisis zou een verdere omhelzing van de regionalisering kunnen zijn. In de coronacrisis heeft de ultieme regionalisering toegeslagen, in de vorm van de veiligheidsregio’s die vrijwel zonder democratische legitimatie opereren, en over de bestaande gemeenten en gemeenteraden heen besluiten nemen.  

Regionalisering is de coup van de uitvoerende technocratie ten koste van de meerstemmige traagheid van de lokale democratie. Door nogal wat bestuurders wordt de regio gezien als ideale schaal van effectief, daadkrachtig en ‘interbestuurlijk’ bestuur, ook al is de regio een Fremdkörper binnen het Huis van Thorbecke. Het is vooral verontrustend dat regionaal bestuur zich afspeelt in de schemerzone van de lokale democratie.

Maar er zijn bestuurders die, op basis van de relatief geoliede samenwerking van de veiligheidsregio’s in de coronacrisis, vinden dat regionale samenwerking naar meer smaakt. Zo wordt in de inleiding van een nieuwe ROB-bundel over lokaal bestuur en de coronacrisis, geobserveerd: ‘dat deze Coronacrisis definitief heeft bewezen dat de regio ‘here to stay’ is. (…) De afgelopen maanden hebben nu ook op een ander vlak bewezen dat de regio het schaalniveau is waar grote maatschappelijke opgaven met daadkracht kunnen worden aangepakt. (…) Het ’succes’ van de veiligheidsregio bestendigt wellicht definitief de grote potentie van de regio’’.

Dit soort geluiden zijn, als gezegd, de ultieme bevestiging van de stelling dat het met het lokale bestuur wel goed gaat, maar dat de lokale democratie stiefmoederlijk behandeld wordt. Als we niet uitkijken, zijn we in alle stilte getuige van een nieuwe gemeentelijke ‘herindeling’ en opschaling, namelijk regionalisering zonder democratisering. En wordt de unieke, tijdelijke uitzonderingsperiode van de coronacrisis onder regionaal ‘veiligheidsbestuur’ een blijvertje. Dan zou de verdere marginalisering van de gemeenteraden een van de pijnlijke uitkomsten van de coronacrisis voor de lokale democratie worden.

Zitten we echt op zo’n verschuiving van democratie naar technocratie te wachten? Komt dat het politiek-maatschappelijk draagvlak onder inwoners voor complex gemeentelijk beleid echt ten goede? Allesbehalve. Gemeenteraadsleden, media en inwoners moeten hoognodig weer hun eigen, gerechtvaardigde plek terugkrijgen in de lokale democratie. Ook in coronacrisistijd. Lokale democratie is er niet voor de franje.

Literatuur

  • Coronapapers.nl: website over pandemie, politiek en binnenlands bestuur
  • Lokale democratie op zoek naar zichzelf. Burgemeesters en hoofdredacteuren van regionale kranten aan het woord over de conditie van het lokaal bestuur (Democratie in Actie, 2020)
  • ROB, Het openbaar bestuur voorbij Corona. Reflecties op de impact van de Coronacrisis op het openbaar bestuur, de democratie en de rechtsstaat.
    Den Haag | 18 juni 2020 (Redactie: Rien Fraanje & Pieter de Jong)
  • Beleid & Maatschappij, Dossier 'Energie en democratie' (2020/47, 2)
     

René Cuperus is strategisch adviseur van ‘Democratie in Actie’. Deze bijdrage werd op persoonlijke titel geschreven.