‘Gewoon beginnen’ met online participatie

Datum 10-12-2019

Gewoon beginnen. Dat is wat blijft hangen na een dag vol workshops en sprekers over online participatie. Wie je het ook vraagt, de ervaren ambtenaar met tig online participatietrajecten achter de rug of de griffier van een kleine gemeente die het liefst morgen aan de slag gaat.

9 december vonden ze elkaar tijdens het evenement Online Participatie in Actie in Utrecht.

200 deelnemers vanuit lokale overheden kwamen naar het evenement, dat tevens de afsluiting was van de Proeftuin Digitale Democratie, waarin gemeenten elkaar ondersteunen rondom digitale participatie. De dag is een gezamenlijk initiatief van het programma Democratie in Actie en de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Groningen, Rotterdam en Utrecht.

Dagvoorzitter Rob Koops trapte de dag af met filmpjes van straatinterviews waarin mensen antwoord gaven op vragen over digitale democratie. ‘Vrijheid van meningsuiting’, ‘online stemmen’, ‘fraude’ waren enkele termen waaraan de gefilmde personen dachten bij het woord digitale democratie. Waarom is lokale democratie überhaupt belangrijk?, was een andere vraag. “Dat is leuk voor hoe de straat en de buurt eruit zien”, was één van de antwoorden. Op de vraag wat het geheim is van een succesvolle samenwerking tussen overheid en burgers was opvallend vaak het antwoord ‘communicatie’. Ook ‘praten’, ‘burgers inspraak geven’ en ‘ga naar de wijken toe en praat met mensen’ werden genoemd.

De antwoorden zijn een bevestiging voor gemeenten die aan de slag zijn of willen met (online) participatie. Maar dan. Als de wil en noodzaak er zijn, hoe ga je vervolgens verder? Hoe begin je, welke tools gebruik je, hoe overtuig je je bestuurder, welke valkuilen zijn er, ga je voor online of toch voor offline participatie (of een combinatie van die twee), met welke juridische aspecten moet je rekening houden, hoe zet je big data in en hoe ga je om met online wijkbudgetten? Deze en andere vragen en belangrijker: de antwoorden erop kwamen gedurende de dag aan bod tijdens verschillende workshops.

Publieke waarden

Maar eerst nam keynote spreker Marleen Stikker, directeur van de Waag Society in Amsterdam, de deelnemers mee in de principiële kanten van online participaties. Voordat je zomaar enthousiast aan de slag gaat, is het belangrijk om keuzes te maken. En dan met name op het gebied van publieke waarden. Al sinds 1994, met het kenmerkende inbelgeluid van het modem, speelt het vraagstuk van digitale democratie, herinnert Stikker de aanwezigen. Dikke rapporten en actieplannen werden geschreven, er werd enorm veel geld besteed aan een digitale overheid, maar de publieke waarden op internet hebben we verwaarloosd, aldus Stikker. En sinds kort zijn we definitief ons vertrouwen kwijtgeraakt, nu we weten dat verkiezingen worden gemanipuleerd en dat de online wereld wordt gedomineerd door partijen als Apple, Google, Facebook en Amazon. Stikker schreef er het boek ‘Het internet is stuk’ over. Met als ondertitel ‘maar we kunnen het repareren’. Het is nog niet te laat.

Maatschappelijke democratie

Maar dan moeten we dus wel keuzes gaan maken, de balans terugbrengen. Nadenken over zaken als open data en algoritmes. “Wij zijn onderdeel van het maken van de technologie”, houdt Stikker de zaal voor. “Eigenaarschap is belangrijk. We leven in een maatschappelijke democratie, in de woorden van Herman Tjeenk Willink, naast de representatieve democratie.” Volgens Stikker is het belangrijk om na te denken over welke waarden horen bij je technologieontwerp. “Welke governance, welk verdienmodel. Welk geld stroomt er door de platforms? Het verdienmodel is datgene dat onze privacy afneemt, niet de technologie als zodanig.” Ze noemt het belang van het ontwikkelen van een ‘public stack’ waarin je dat soort vragen beantwoordt. ‘Waar draait m’n applicatie op, welke tools en gereedschappen zónder manipulatie-elementen kan ik inzetten?’ Dat betekent ook kritisch nadenken over de inzet van bijvoorbeeld Facebook.

Public research

Op de bekende participatieladder is er onderscheid te maken tussen participatie waarbij het initiatief bij de overheid ligt, of bij de samenleving. Volgens Stikker vinden overheden het lastig om initiatieven van burgers te herkennen en erkennen en uit handen te geven. Bijvoorbeeld rondom de energietransitie. “We kijken te vaak naar het bedrijfsleven en naar kennisinstellingen. Maar academici zijn vaak erg disciplinegericht, zitten in een objective frame. Daarbij heeft de industrie een heel korte termijn, die wil zo snel mogelijk naar een oplossing.” Volgens Stikker is public research belangrijk, waarbij de samenleving mee-ontwerpt. Co-creatie, citizen science, user as designer, art & science, policy labs, critical making zijn termen die daarbij horen. “Het is een woud aan mogelijkheden die je kunt inzetten.” Als voorbeeld noemt ze het burgerplatform voor het meten van de leefomgeving in Noord-Holland. Mensen zijn daarbij zelf onderdeel van de onderzoeksdynamiek. “Zorg dat de technologie die je inzet meteen open en publiek is”, adviseert Stikker.

Ontwerpregels voor de commons

Een ander punt van belang zijn de publieke waarden en de ‘commons’. Oftewel: wat de samenleving zelf creëert aan waarden. In Nederland kennen we het begrip als ‘de meent’, oftewel de gemeente. De commons kon een stukje land zijn waarop mensen schapen hoedden, maar waar wel regels zijn gemaakt. “In het digitale domein kennen we het begrip als open source. De bron is voor iedereen toegankelijk, maar er zijn ontwerpregels voor de commons. Die regels ontwikkel je met de mensen voor wie de regels gelden.”

Digitale identiteit

Volgens Stikker zijn alle gratis sociale netwerken fantastisch, maar het is geen normale competitie voor lokale overheden. “Wij hebben geen miljarden om dit zelf te maken. De vraag is: wil je in zee met een partij die onderdeel is van het verdienmodel van Silicon Valley, of wil je liever een platform waarbij het eigenaarschap bij de deelnemers ligt, de code transparant is en waar geen winstoogmerk is. Zoals bijvoorbeeld Gebiedonline. Volgens Stikker moeten overheden zich afvragen wat hun digitale identiteit is. “Transparant, accountable en zonder centrale dataopslag zoals bijvoorbeeld Irma. “Het is belangrijk om na te denken over hoe mensen beschermd blijven als ze deelnemen aan jouw platform.”

Public spaces

Volgens Stikker hebben we heel lang het publieke domein ‘aan de haaien’ gegeven, zoals zorg, onderwijs, energie en water. “Alles is geprivatiseerd, want we geloofden dat de markt alles op zou lossen. Zo is er ook lang over internet gedacht. Nu is het moment om die public spaces, terug te krijgen. Die omgevingen die vrij zijn van winstbejag. Die accountable zijn, transparant, open, soeverein en user centric. “Ik denk nog steeds dat het mogelijk is”, besluit Stikker optimistisch. “Ook al zie ik dagelijks om me heen dat de digitale wereld steeds verder afglijdt en er onvoldoende politieke kennis is om dat proces te stoppen of voorkomen. Het begint bij het bij elkaar brengen van partijen.  En zoek mensen niet op via Facebook, maar gewoon thuis, of op school, werk of in het verzorgingscentrum. Ga daarheen, waar de mensen zijn. En kijk of je sámen tools kunt ontwikkelen.”

Online participatie bij G5-gemeenten

Voordat de deelnemers uiteen gaan in de verschillende deelsessies, vertellen drie vertegenwoordigers van G5-gemeenten over hun ervaringen met online participatie. May-Britt Jansen, programmamanager OpenStad bij de gemeente Amsterdam, David Bos, beleidsadviseur bij de gemeente Den Haag en Nephtis Brandsma, Projectcoördinator Digitale Democratie bij de gemeente Groningen vertellen over online begroten, de energietransitie, groen in de wijk, open source software, wijkplannen voor de openbare ruimte, stemtools, waarderingstools en keuzewijzers, sticks and carrots, vertrouwen, verbinden en privacy. Met als overkoepelend credo: “Je moet het gewoon gaan doen.”

Meedoen is belangrijker dan winnen

“Als gemeente denken we vaak dat het resultaat heel belangrijk is voor inwoners, terwijl het proces belangrijker gevonden wordt, het kunnen meedoen is belangrijker dan ‘winnen’”, zegt een van de deelnemers bij de plenaire terugkoppeling van de dag. Op de vraag wie als slotwoord een moraal van de dag kan noemen klinkt als antwoord uit de zaal: “Bijna alles wat vandaag gepresenteerd is, bestond al, was al online te vinden. Maar wat ervoor heeft gezorgd dat het is gaan leven, is dat we elkaar vandaag offline hebben gevonden en aangestoken. Dat maakt het de moeite waard!

Reacties van deelnemers

Vertekend beeld
“Bij onze gemeente zijn we online nog niet erg actief. Dat heeft ermee te maken dat de politieke behoefte kleiner is in onze kleine gemeente, waarin de fysieke binding met de verschillende dorpen en kernen groot is. Maar vanuit de organisatie merken wij dat dat toch een vertekend beeld geeft. Deze dag is daarom voor mij een eerste stap om te verkennen wat de mogelijkheden zijn om online in gesprek te gaan met een grote groep mensen die zich normaal gesproken niet laat horen. Wat volgens mij bij elk initiatief, online of offline, geldt is dat het succes valt of staat met het enthousiasme en de overtuigingskracht van één of twee personen. Dat is belangrijker dan techniek of tools.”  

Eefke Lievaart, wijkcoördinator gemeente Montferland

Kleine stapjes
“De sessie ‘hoe overtuig ik mijn bestuurder’ bevestigde me in mijn overtuiging dat je gewoon moet beginnen. In kleine stapjes. En niet altijd digitaal, maar en-en. En zoek mensen op waar ze al zijn. Wij moeten naar de inwoners toe. Gek genoeg komen raadsleden dan nooit op het idee om eens op een zaterdag naar de markt te gaan.”

Ricus Tiekstra, griffier gemeente Moerdijk

‘Ga wandelen’
“Een collega-griffier wees me op deze dag. Het thema houdt me zeer bezig. Bijeenkomsten van inwoners in achterafkamertjes zijn niet meer van deze tijd. We moeten een slag maken. Het verhaal van Marleen Stikker was een eyeopener. Waarom gaan we niet gewoon wandelen? Ik moet met mijn raad gaan wandelen, gewoon de straat op. En alle inwoners nodigen we uit om mee te wandelen!”

Karen Millenaar, griffier gemeente Geertruidenberg