Afgestofte rapporten 10 – Kandidaten gezocht

Datum 24-02-2020

In deze editie van afgestofte rapporten wordt stilgestaan bij het rapport ‘Kandidaten gezocht: politieke partijen en het streven naar grotere diversiteit onder gemeenteraadsleden’ van Monique Leyenaar, Kees Niemöller en Astrid van der Kooij (IPP, 1999).

Afgelopen jaar vierde Nederland het bestaan van het 100-jarig vrouwenkiesrecht. In dat jaar is stil gestaan bij de grote vooruitgang die de afgelopen eeuw is geboekt in de politieke vertegenwoordiging van vrouwen. Toch zijn er nog steeds flinke verschillen tussen functies en bestuurslagen.

Het kabinet zet daarom in op een grotere vertegenwoordiging van vrouwen in politiek en bestuur. Inzet is dat na de volgende Tweede Kamerverkiezingen in 2021 en de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 de man-vrouw verhouding in het openbaar bestuur beter in balans is en zich in de toekomst stabiliseert tussen de 40 en 60%. Om dit voor elkaar te krijgen zijn maatregelen op meer fronten nodig: inclusieve selectie, het actief zoeken en uitnodigen van vrouwelijk talent en een politieke cultuur waarin iedereen zich thuis kan voelen. 
Het zijn geen nieuwe gedachten en het is ook geen nieuw onderwerp. Er is al veel over onderzocht en geschreven, maar de lokale politiek komt er daarin nogal bekaaid af. Uitzondering daarop is het onderzoek Kandidaten gezocht van Monique Leyenaar, Kees Niemöller en Astrid van der Kooij uit 1999. Zij hebben onderzoek gedaan naar het kandidaatsstellingsproces bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1998. 

In de maanden voorafgaand aan de verkiezingen hebben de auteurs de werving en selectie van kandidaten door de partijen op lokaal niveau in kaart gebracht. In 111 gemeenten zijn alle partijen ondervraagd over de manier waarop zij hun kandidaten hebben geselecteerd. Bij zeven partijen,  die zich expliciet richtten op diversiteit, is het kandidaatsselectieproces dieper onderzocht aan de hand van documenten en interviews met de belangrijkste spelers. 

Resultaten

Voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1998 hanteerde het toenmalige kabinet een streefcijfer van 30% vrouwelijke raadsleden, maar dit percentage werd niet gehaald. Van de raadsleden die in 1998 zijn gekozen was uiteindelijk 22% vrouw. Zowel voor de landelijke als de lokale partijen stond er gemiddeld 1,1 vrouw op een verkiesbare plaats, tegenover 3,5 man. 33 procent van de partijen had geen enkele vrouw op een verkiesbare plek staan. Ook nu nog kunnen we een aantal interessante lessen trekken uit de manier waarop de politieke partijen hun wervings- en selectieproces hadden ingericht:

  1. Allereerst blijkt er een duidelijk verband te bestaan tussen het aantal vrouwelijke leden in een partij(afdeling) en het percentage vrouwen op verkiesbare plaatsen: hoe meer vrouwelijke leden, hoe hoger het percentage vrouwen op verkiesbare plaatsen.
  2. Hoe eerder partijen beginnen met het kandidaatsstellingsproces, hoe diverser hun kandidatenlijst. De meeste partijen begonnen een jaar van tevoren met de werving, maar twee jaar van tevoren beginnen zou volgens de onderzoekers beter zijn. Bij partijen die laat zijn begonnen, is het percentage partijen zonder een vrouw op een verkiesbare plek relatief hoog.
  3. Het instellen van een selectiecommissie doet ertoe. Iets meer dan de helft van de partijen stelde geen selectiecommissie in. Van deze partijen had 49% geen vrouw op een verkiesbare plek staan, tegenover 19% van de partijen die wel een selectiecommissie hadden ingesteld. De samenstelling van de selectiecommissie is ook belangrijk. Er is een positief verband tussen het aandeel vrouwen in de selectiecommissie en het aandeel vrouwen op verkiesbare plekken. 
  4. Het opstellen van een profielschets is van invloed op het aandeel vrouwen op verkiesbare plekken. 44% van de landelijke partijen hanteerde in 1998 een profielschets voor de gemeenteraadsverkiezingen, van de lokale partijen deed 32% dat. 42% van de partijen die geen profielschets opstelden, had geen enkele vrouw op een verkiesbare positie gezet. Van de partijen die wel een profielschets hanteerden had 20% geen vrouwen in de kandidatenlijst opgenomen. 
  5. Een kanttekening bij het belang van de profielschets is wel dat vertrouwen een grotere rol speelt bij de selectie van kandidaten dan formeel vastgelegde criteria. Criteria die de partijen gebruikten waren dermate subjectief dat vooral het oordeel van de selecteurs en de vraag ‘of het klikt’ belangrijk waren. Wel bieden profielschetsen de mogelijkheid om verschillende eigenschappen van kandidaten te herkennen en te waarderen, waardoor er een duidelijker en uitgebreider beeld van de kandidaat ontstaat. 
  6. Wat betreft het actief benaderen van vrouwen door partijen, blijkt er een zwak verband te bestaan met het uiteindelijke percentage vrouwen op verkiesbare plaatsen. Partijen die vrouwen actief benaderden, hadden minder vaak geen enkele vrouw verkiesbaar gezet.
  7. Nieuwe wervingsmethoden die in 1998 bij een aantal partijen zijn gebruikt, zoals het opzetten van een kweekvijver en de organisatie van cursussen voor potentiële kandidaten, werkten goed. Deze methoden leverden niet alleen nieuwe kandidaten op, maar ook nieuwe, actieve leden.
  8. In de meestal beslissende ledenvergaderingen is voor leden bekendheid een belangrijk criterium om een kandidaat op een hoge plaats te zetten. Dit is zeker het geval  wanneer er een afweging gemaakt moet worden tussen een zittend raadslid en een nieuwe kandidaat. Dit verkleinde toen de kans op een verkiesbare plek voor nieuwkomers en het maakte het vergroten van de diversiteit lastiger. Een brede aanpak is daarom belangrijk: er moeten niet alleen nieuwe kandidaten en leden geworven worden, ook moet er draagvlak gecreëerd worden binnen afdelingen van politieke partijen. Bewuste sturing vanuit partijbesturen is hierbij volgens de onderzoekers essentieel. 

Wat betreft het laatste punt benoemden de auteurs ook het belang van de voortzetting van het actieve beleid van het ministerie van BZK. Met de maatregelen die de minister van BZK vorig jaar heeft aangekondigd, krijgt dat weer een nieuwe impuls. Gerelateerde links: