Participeren in Utrecht: in de zaal en bij de paal

Datum 11-07-2019

Om zoveel mogelijk inwoners te betrekken bij de omgevingsvisies en andere gemeentelijke projecten in Utrecht, voert de gemeente bijzondere stadsgesprekken. Opvallend onderdeel hierbij is de ‘reizende luisterpaal’. Lars Schotel, senior strategisch adviseur bij de gemeente Utrecht vertelt het verhaal achter de paal.

Een praatpaal om participatie te bevorderen, vertel.

“Ho, ho, ik wil eerst een hardnekkig misverstand de wereld uithelpen. Het is geen praatpaal, maar een luisterpaal. Dat is een wezenlijk verschil.  Het gaat erom dat wij als gemeente luisteren naar wat er op straat door inwoners wordt gezegd. De luisterpaal is een ontwerp van product designers Paul Hohner en Lucie van Dorst van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU), die hiervoor oude ANWB-praatpalen hebben gebruikt. Begin vorig jaar hebben we de paal ingezet bij het maken van een omgevingsvisie voor de wijk Lunetten. In de Omgevingswet is participatie aan het begin van het traject een belangrijk onderdeel.”

Hoe werkt de luisterpaal?
“We hebben de luisterpaal sinds vorig jaar bij verschillende stadsgesprekken over verschillende thema’s gebruikt, op meerdere plekken in de stad: Lunetten, Tuindorp, Lombok en Overvecht. We begonnen in Lunetten, waar de paal  in juni drie weken bij het winkelcentrum heeft gestaan. Ontwerper Paul was zeven dagen per week tien uur per dag bereikbaar voor inwoners die op de knop drukten. Ze konden met hem in gesprek over hoe zij hun wijk in de toekomst willen inrichten.”

Wat is de reden achter de luisterpaal?
“Met de luisterpaal wilden we andere mensen betrekken dan degenen die normaliter op een inspraakavond in een zaal komen. Het college wil van participatie maatwerk maken. We streven ernaar inclusiever te zijn en op zoveel mogelijk manieren zoveel mogelijk verschillende mensen te bereiken. Als overheid heb je de verplichting om mensen het gevoel te geven dat ze erbij horen. Voor ieder vraagstuk geldt: Het antwoord dat je krijgt is afhankelijk van de mensen die je spreekt, dus moet je die groep zo divers mogelijk laten zijn.”

Wat vonden mensen van de paal?
“Na wat wennen bleken Lunettenaren het heel leuk te vinden om op de knop te drukken. Dat dezen ze ongeveer 750 keer! Zodra iemand op de knop drukte, vroeg Paul ze: Wat zouden jullie met jullie wijk willen in de toekomst? De mensen waren ook blij met ‘hun’ paal. Toen ‘ie weer weg moest, leverde dat protest op van de bewoners: ‘Blijf van onze paal af!’. Er zijn mensen die meerdere keren terugkwamen bij de paal om in gesprek te gaan.”

Wat is het opmerkelijkste dat er in de luisterpaal is gezegd?
“Toen de paal in Overvecht stond was het thema voor het stadsgesprek daar veiligheid. Er kwam een meneer bij de paal die met Paul in gesprek ging over dit thema. Op een gegeven moment zei hij: ‘Ik moet nu echt gaan, want ik krijg een signaal van mijn enkelband’. Inclusiever kun je het niet krijgen!”

Zijn jullie tevreden met de uitkomsten van dit experiment?
“We zijn heel blij met de stadsgesprekken op straat die via de luisterpaal zijn gevoerd. Paul gaf zelf de mooiste omschrijving van het initiatief: ‘In de zaal krijg je de mensen die actief zijn, bij de paal trek je mensen die nieuwsgierig zijn’. Dat is lang niet altijd dezelfde groep. Toch verschilden de meningen van de mensen in de zaal meestal niet wezenlijk van de mensen bij de paal. Het leverde veel waardevolle informatie van de bewoners in de wijken op over wat hun ideeën zijn voor de toekomst van hun wijk.”

Hoe gaat het nu verder met de luisterpaal?
“Inmiddels is de kunstenaar een eigen bedrijfje rondom de luisterpaal gestart. Er zijn nu zes verschillende palen. Ook zijn er al andere gemeenten die er gebruik van maken. Op 29 augustus geven Paul en ik tijdens de Summer School Democratie een workshop over hoe je een stadsgesprek op straat kunt organiseren, inclusief een simulatie van de luisterpaal. Vooral voor grotere gemeenten steden is dit echt een aantrekkelijke manier om inwoners te betrekken. En, stiekeme wens van me, om ambtenaren meer met hen in contact te brengen. Ik zou het mooi vinden als het zover komt dat niet Paul naar de inwoner aan de paal luistert, maar een ambtenaar of wethouder.”