Van inspraak via meespraak, naar meemaak

Auteur Amos Gomes de MesquitaDatum 11-05-2020

Democratie in Actie zet in op het uitwisselen van kennis tussen gemeenten, provincies en waterschappen over hoe zij de lokale democratie kunnen versterken. Het beter betrekken van inwoners en het daarvoor benodigde ambtelijke vakmanschap zijn daarin twee aandachtsgebieden. De gemeente Amsterdam heeft een brede inzet en ambities op dit gebied. In dit interview geeft Sjoukje Alta (directeur Democratisering) een kijkje in de keuken. Zij zet neer hoe zij naar de ‘verander-uitdaging’ in Amsterdam kijkt: “Interessant als ambtenaren en gebruikers van de stad écht samenwerken.”

Burgers en bestuurders vinden elkaar steeds vaker in participatietrajecten. Daardoor ontstaan nieuwe, hooggespannen, verwachtingen ten aanzien van het realiseren van projecten. Sjoukje Alta, directeur Oost en directeur Democratisering, belicht een Amsterdamse ‘verander-uitdaging’.

 “Jullie komen niet aan de knoppen van mijn project”, riep een Amsterdamse projectmanager toen een groep bewoners zichzelf uitnodigde voor een stakeholdersoverleg. Daarmee legde hij onbewust z’n vinger op de zere plek. Als bewoners en bestuurders meer in elkaars wereld participeren; hoe stuur je dan nog projecten die worden afgerekend op tijd, geld en kwaliteit? “Herkenbaar en”, aldus Alta, “het gaat erom dat we een manier van werken vinden, waarbij het vakmanschap waarover de stad beschikt en de kennis en ervaring van bewoners elkaar veel eerder in het proces ontmoeten. Hoe? Dat zijn we samen aan het ontdekken zodat we samen kunnen verbeteren.”

Strategisch management aan zet
“Vanuit het programma Democratisering stimuleren we het denken over mogelijkheden en het experimenteren met het gebruik van ‘the wisdom of the crowd’. We gaan niet bedenken hoe het moet en dan met de oplossing onder onze arm naar de dagelijkse praktijk. Maar een aantal zaken is al wel duidelijk; het gaat om een concrete gedragsverandering en er ligt een belangrijke rol voor het strategisch management. Het is aan hen om anderen ruimte te geven, zodat zij kunnen experimenteren met ‘nieuw gedrag’.

Besluitvorming
“Feitelijk gaat het erom dat we stevige netwerken creëren, zodat we ‘the wisdom of the crowd’ kunnen organiseren en toepassen. Als je dat goed wilt doen, dan is het belangrijk in elkaars nabijheid te zijn, zodat informatie kan worden gedeeld en er vanuit vertrouwen aan de stad gebouwd kan worden. Daar hoort ook bij dat we beslissingen nemen en dat we daar duidelijk over zijn. Ook als besluiten anders uitvallen dan burgers hadden gehoopt. Meepraten is waardevol en dat moeten we zeker faciliteren, maar de representatieve democratie is geen u-vraagt-wij-draaien-democratie. De controle op de besluiten wordt uitgevoerd door de gemeenteraad, die met het college, besluiten neemt die ons allemaal aangaan.”

Betrek me
“We zijn gewend aan situaties waarbij het bestuur een opdracht krijgt om binnen een duidelijke termijn en met een afgebakend budget iets te realiseren in de stad. Een planning en een budget horen daar bij. Maar zoals er onder burgers een verschuiving is van ‘ik heb gestemd en val me verder niet lastig’ naar ‘ik heb gestemd en betrek me’, zo zie je ook onder ambtenaren een verschuiving. De ene ambtenaar vindt het een eer om de stad vanuit expertise en vakmanschap te ontwerpen, terwijl de ander ‘ik wil vanuit mijn vak een bijdrage leveren en dat wil ik samen doen met anderen’ zegt.”

Betrokken ambtenaren
“Creëer je ruimte voor ‘the wisdom of the crowd’, dan kun je niet meer doen wat we gewend waren te doen en projecten lineair uitvoeren. Van projectmanagers vraagt dat dus ook wat nieuws. Omgaan met onzekere factoren, bij voorbeeld, wordt een ‘must’. Die kan je niet meer zomaar ‘out of scope’ plaatsen. Aansluiten op het ritme van de stad vraagt een hoge mate van creativiteit en energie, los van scope en planning. We zullen we een vorm moeten vinden die de strategische doelstellingen van de bestuurders weet te koppelen aan de kennis en ervaring van de vakspecialisten en aan de creativiteit en energie in de buurten waar het omgaat. Hier zien we duidelijk een verbindende rol voor betrokken ambtenaren.”

Zeggenschap
Het opbouwen van vertrouwen en het kunnen gebruiken van lokale kennis, zijn voor bestuurders redenen om steeds meer waarde te hechten aan participatie. Een inspraakavond, daar red je het echt allang niet meer mee. “Daarom heeft de huidige coalitie gezegd dat meer zeggenschap en eigenaarschap voor de Amsterdammer van groot belang is. Daar komt natuurlijk bij dat we met het bestuur en 14.000 ambtenaren onmogelijk voor alle 850.000 Amsterdammers de beste oplossingen kunnen bedenken. Wij kennen de doelen die het bestuur zich heeft gesteld, we kennen het algemeen belang dat de bestuurder voor ogen heeft, we hebben de kennis van de vakspecialisten en van het systeem, maar de burgers kennen hun omgeving als geen ander. Als ambtenaren en bewoners weten samen te werken bij het vinden van oplossingen, heb je meer kennis en ervaring tot je beschikking en is de kans op originele antwoorden op actuele vraagstukken groter. Ook de kans op draagvlak voor besluiten is dan waarschijnlijk groter.”

Participatie-ontwerp
“Ik gun het de stad dat we een systeem weten te vinden waarbij het ritme van de stad leidend is en niet het algoritme van het systeem. Dan groeit het vakmanschap rond ‘participatie-ontwerp’ en leren en maken we vanuit de praktijk de Amsterdamse norm voor participatie. Daarbij gaat om vragen als: hoe ga je met welk onderwerp, welke buurt in? Wanneer krijgt de buurt het voor het zeggen en wanneer beslist de representatieve democratie? Wat is de ruimte voor inspraak, meespraak of meemaak? Het is belangrijk om daar vooraf zo duidelijk mogelijk over te zijn zodat de vorm van participatie er toe kan doen en niet willekeurig wordt.

Meeliften
“Ik zie een beweging van ambtenaren die geloven dat ze de crowd nodig hebben bij het vinden van oplossingen. Je ziet in de stad op verschillende manieren participatie groeien en ruimte om andere dingen te doen dan wat we gewend zijn. Dat neemt natuurlijk niet weg dat veel collega’s ook met elkaar binnen de muren van het stadhuis na blijven denken en werken aan oplossingen. De kunst is om eerder naar buiten te durven. Als het idee nog niet af is, als het budget misschien nog niet duidelijk is, of als er nog geen plan ligt. We moeten oppassen dat we niet met de rug naar de stad (het werk en the crowd) komen te staan. Ik zou het interessant vinden als we de stap weten te maken naar een situatie waarbij ambtenaren en gebruikers van de stad écht samenwerken. Een situatie waarbij strategen aangeven wat ze willen bereiken en waarbij de vakspecialisten vervolgens in staat worden gesteld mee te liften op de creativiteit en energie die er vaak al zijn in de stad. Zo maken we de stad snel nog mooier en fijner om in te zijn.”