Veiligheid en leefbaarheid als coproductie

Estafette Vernieuwing Lokaal Bestuur – Rotterdam en omstreken
Datum 29-11-2018

Van september tot en met december 2018 trekken het ministerie van Binnenlandse Zaken, het Nederlands Gesprek Centrum en Binnenlands Bestuur door Nederland met de estafette Vernieuwing Lokaal Bestuur. Burgers vragen meer van het lokaal bestuur dan eens in de vier jaar te worden gehoord, ze willen permanent bij het lokaal beleid worden betrokken. Deze betrokkenheid uit zich in allerlei vormen van burgerinitiatief. Eerder schonken we aandacht aan participatie in sociaal beleid (Leeuwarden) en de energietransitie (Amersfoort). 

Op donderdag 22 november 2018 is de derde bijeenkomst, in het Rotterdamse debatcentrum Arminius, waar zo’n tachtig lokale politici, ambtenaren, geïnteresseerde inwoners en professionals bijeenkomen voor informatie en een levendig debat over zeer diverse succesvolle initiatieven op het gebied van leefbaarheid en veiligheid. Het gaat vooral om Rotterdamse projecten, maar ook Gorinchem en Den Haag zijn van de partij. In kleine groepen spreken deelnemers en initiatiefnemers openhartig met elkaar over acht succesvolle projecten. Hoe kunnen deze projecten verder gebracht worden? Wat kunnen anderen ervan leren? Waar lopen de initiatiefnemers tegenaan?

Op gebied van leefbaarheid en veiligheid heeft Rotterdam misschien wel de grootste transitie doorgemaakt van heel Nederland. Het sentiment rondom de stad is omgeslagen van negatief naar positief. Betrokkenheid van de burger is hierin essentieel geweest. Zo is bedrijventerrein Spaanse Polder in nauwe samenwerking met ondernemers ‘terugveroverd’ op criminelen en opnieuw tot bloei gebracht. In de wijk Middelland is geëxperimenteerd met een buurtbudget, waarbij bewoners 7 miljoen euro mochten verdelen. 

Acht projecten

Deelnemers kunnen uit acht workshops kiezen met voorbeelden van meedenkende, meewerkende en initiatiefrijke burgers voorgeschoteld. Zo verhalen Mike Ammenou en Vincent Kokke over een geëvolueerd buurtpreventieproject in Gorinchem-Oost. Aanvankelijk surveilleerden betrokken buurtbewoners door de straten van deze wijk om het gevoel van veiligheid te verhogen. Maar op een bepaald moment was het aantal incidenten in de wijk drastisch verlaagd, de veiligheid was hoog en wat doe je dan als surveillant?

Dan merk je dat er meer zaken spelen in de wijk dan alleen veiligheid. Zaken die je ook opvallen: kwetsbare inwoners, verwarde mensen, eenzame ouderen. Of je deelt water uit aan  ouderen in een superwarme zomer. ‘We zijn de ogen en oren van de wijk’, vertelt vrijwilliger Mike. Hij en zijn medevrijwilligers letten vooral op het ‘niet-pluis-gevoel’. Zij pakken verontrustende signalen op en leggen die waar nodig neer bij professionals. Via training hebben ze geleerd waar ze op moeten letten en bij welke professional ze moeten zijn. Belangrijk vinden de vrijwilligers in Gorinchem dat ze later terughoren wat met hun melding is gedaan. Terugkoppeling motiveert enorm, ook al mag het vanuit privacy-oogpunt vaak niet. ‘Dan ga ik er toch zelf achterheen, hoger in de hiërarchie’, vertelt Mike. ‘Ik wil echt weten of mijn signalen worden opgepakt.’

In de gemeente Den Haag probeert het project Bart! aansluiting te zoeken bij de vele buurtbewoners die actief zijn op sociale media. Blijf je als gemeente dan aan de zijkant staan of pak je een rol, bijvoorbeeld door de wijkagent mee te laten praten in de buurt-apps? Hoe ‘voed’ je burgers op, zodat ze weten of een melding bij de politie of bij de gemeente moet worden gedaan? Hoe zorg je als overheid dat je inderdaad meedoet op alle sociale media waar mensen actief zijn zonder privacy wetgeving te overtreden, en hoe koppel je meldingen aan elkaar zodat ze niet allemaal over één incident gaan?

Humanitas in de Afrikaanderwijk

Wel-zijn in de Afrikaanderwijk, heet een van de deelsessies. Het project van welzijnsorganisatie Humanitas is een jaar geleden na een aanbesteding als professionele organisatie ‘toegelaten’ in de Afrikaanderwijk in Rotterdam-Zuid, een van de meest fascinerende stadsdelen van Nederland. In Rotterdam zijn, net als in andere steden, veel buurthuizen opgeheven. Degene die nog bestaan worden uitgebaat door welzijnsorganisaties zoals Humanitas, waarbij vooral buurtbewoners zelf het buurthuis beheren. Vaak als tegenprestatie voor een bijstandsuitkering.

Jelle van der Molen is projectleider van Humanitas in de Afrikaanderwijk. Hij vertelt dat in de wijk 9000 mensen wonen, waarvan slechts 900 een betaalde baan hebben. En daarvan werken maar weer 100 mensen in de wijk zelf. Dat kan beter, vertelt Van der Molen tijdens de workshop. Beter is het om met ‘lokaal geld’ wijkondernemers in te schakelen voor allerlei projecten, waarbij het geld een tijd in de wijk moet circuleren voor het ‘naar buiten’ mag. Dat verstevigt de lokale economie en het plaatselijk ondernemerschap.

Van der Molen vertelt gloedvol over zijn project en hoe hij ondernemers laat meedoen. Zo zit in het buurthuis, een enorm oud klooster, een kapper die voor een tientje heren knipt. Er is een vertrouwensrelatie ontstaan tussen de kapper en zijn klanten, waardoor deze goed op de hoogte is van het reilen en zeilen in de wijk. Als de kapper echt ernstige dingen hoort informeert hij een professional hierover. Vanuit privacy-oogpunt discutabel, maar het werkt heel goed. Daarnaast is Van der Molen bezig om met ‘een’ betaald-voetbalorganisatie in de wijk Feijenoord een omnisportvereniging op te zetten, met naast voetbal handbal, basketbal en dergelijke.

Van der Molen: ‘Het is voor veel mensen niet te bevatten, maar de Afrikaanderwijk kent geen enkele vorm van verenigingsleven. Daarom is het belangrijk dat, als Humanitas na vijf jaar uit de wijk verdwijnt, er actieve verenigingen functioneren. Continuiteit van de gedane inzet moet verzekerd worden. Geld is hier niet eens het probleem, want er is voldoende beschikbaar voor sport en educatie van de jeugd. Maar dan moeten er wel verenigingen en organisaties zijn waar het naartoe kan. Van der Molen denkt dat een nieuw verenigingsleven ook een positieve bijdrage zal leveren aan de veiligheid in de wijk. ‘Door samen te sporten, leer je hoe met anderen om te gaan.’

Als het gaat om het algemene welzijnsbeleid van gemeenten ergert Van der Molen zich aan de afrekencultuur met de vele kpi’s. Afrekenen best, maar het moet niet doorschieten. Met veel humor vertelt hij hoe Humanitas beoordeeld wordt op aantallen huisbezoeken aan, vaak eenzamen, 75-plussers in de wijk.

‘Eens per jaar moeten we alle 360 ouderen bezoeken. Hebben we alle adressen afgevinkt, dan zegt iedereen: goed gedaan. Maar ondertussen blijft het probleem van eenzaamheid onder ouderen al jaren onverminderd groot. Humanitas pakt het daarom anders aan. Misschien halen we niet alle verplichte huisbezoeken, we willen vooral eenzaamheid helpen oplossen. Door de nadruk meer op samenredzaamheid te leggen dan op zelfredzaamheid.’ Humanitas doet precies wat tijdens deze estafette bijeenkomst dikwijls als belangrijke conclusie wordt benoemd: kleur vooral ook buiten de lijntjes.

Spaanse Polder en Buurt Bestuurt

Rotterdam kent meer initiatiefrijke inwoners en projecten. Zo hield Leen Dekker, nu zelfstandig ondernemer, zich zeven jaar als wijkagent bezig met de veiligheid in Spaanse Polder, een van de grootste bedrijventerreinen van Nederland. Toen hij er kwam was de ‘wijk’ verloederd. Vuil, leegstand, drugsoverlast, er was genoeg te doen. Leenders ging koffie drinken, bij ondernemers. Zo kreeg hij een beeld van wat er echt gaande was in de wijk. Hij pleit voor goede samenwerking tussen gemeente en ondernemersverenigingen.

Bij Buurt Bestuurt vinden we ook een interessante aanpak. Bewoners stellen zelf een lijst met actiepunten op die ze in hun buurt willen verbeteren. Zelfredzaamheid staat daarbij voorop. Het is een succesformule die al op meer dan zestig plekken in Rotterdam werkt en ook in de rest van Nederland navolging krijgt. Hans Hoekman van Buurt Bestuurt vertelt dat het definiëren van de grenzen van een buurt daarbij een belangrijk aandachtspunt is. ‘Als de gemeente dit definieert en bewoners herkennen zich er niet in, dan betrek je bewoners ook niet.’ Hoekman benadrukt dat het niet de bedoeling is bewoners alleen te laten spuien, waarna professionals prioriteren. Dat werkt niet.

Oost Pact Door en Wollefoppengroen

In Schiedam-Oost staan twee zaken centraal: werken voor de wijk en verbinding maken tussen bestaande buurtinitiatieven. Door alle informatie over buurtinitiatieven in de wijk samen te brengen en centraal te verspreiden – altijd met als afzender ‘de wijk’ – stimuleert Oost Pact Door het buurtgevoel in Schiedam-Oost. ‘Er is een kentering nodig bij bewoners’, vertelt Oostpact-man Joost Krop. ‘We moeten af van bewoners die alleen maar roepen “De gemeente moet dit” en “Wij hebben recht op dat”. Je moet zorgen dat er een beweging in de wijk ontstaat.’
Beweging ontstaat onder andere door meer over te laten aan de wijkbewoners zelf, waar mogelijk ook betaalde klussen. Sommige bewoners krijgen nu soms opdrachten van de gemeente. Zelf is Krop wijkondernemer geworden op het gebied van onderhoud. ‘Omdat het mijn eigen wijk is, werk ik tien keer zo hard, ook in de weekenden en ’s avonds. Werken voor de wijk biedt niet alleen werkgelegenheid, maar ook iets extra’s.’

Bij Wollefoppengroen in de Rotterdamse wijk Zevenkamp geven bewoners zelf vorm aan een braakliggend terrein. Hier begon het allemaal met bewonersprotest toen een mooi stuk groen bebouwd dreigde te worden. Maar wat willen we wel, vroegen bewoners zich af na een succesvolle handtekeningenactie. Een manifestatiepark, waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten. Een ‘eetbaar’ park, met planten en bloemen die geconsumeerd kunnen worden. Bedreigde bijen een plek bieden ook.

‘Het was even wennen voor de gemeente, maar uiteindelijk moest worden toegegeven dat onze ideeën beter waren dan de oorspronkelijke ambtelijke plannen’, vertelt een van de initiatiefnemers, Frenk Walkenbach. Er kwamen zeecontainers, voor een echt buurtrestaurant, draaiend op vrijwilligers. Mensen met een beperking krijgen in het parkje hun dagbesteding. Zo is uiteindelijk met de gemeente samen iets moois gecreëerd. Maar ja, Rotterdam is groot en er zijn veel ambtenaren. Dus de ontsteltenis was groot toen op 1 januari opeens een rekening van 2500 euro binnenkwam van de gemeentelijke afdeling vastgoed. Zeecontainers zet je niet zomaar gratis neer, dat is vastgoed. Nu is Wollenfoppengroen weer in gesprek met de gemeente hoe deze start van min-2500 euro kan worden getackeld. Extra subsidie lijkt het meest ‘logisch’.

Mooi, mooier Middelland

Weinig mensen in Nederland van boven de 40 zullen de naam Nico Haasbroek niet kennen, als journalist werkzaam geweest bij VPRO en VARA en oud-hoofdredacteur van het NOS-journaal. Haasbroek woont in de Rotterdamse wijk Middelland, en heeft samen met andere actieve wijkgenoten zeven miljoen euro van de gemeente gekregen voor verhoging van de leefbaarheid in Middelland. Zo’n bedrag is op zich al een flink succes, helemaal als je het zelf naar eigen inzicht mag besteden. Belangrijke succesfactor was wel burgemeester Aboutaleb zich er persoonlijk van vergewist heeft dat het project zou doorgaan. Haasbroek vertelt dat Mooi, Mooier Middelland begon met een oproep aan alle wijkbewoners om op een avond bijeen te komen. Daar werd het leefbaarheidexperiment met de zeven miljoen uitgelegd. Er kwamen 300 mensen op af, die grotendeels nog allemaal actief zijn, in kleine groepen. Want Mooi, Mooier Middelland heeft de wijk opgeknipt in dertien buurten, elk met een vertegenwoordiger in de organisatie.

Haasbroek: ‘We hebben alles in eigen hand en hebben de gekste spelregels geïntroduceerd. Als werkloze zzp’ers in de wijk iets wilden opzetten, mochten ze niet meer dan 50 euro per uur rekenen voor hun activiteiten. Dat maakte dure externe deskundigen, die ook hun graantje wilden meepikken, boos.’ Uit de dertien buurtinitiatieven kwamen de meest verschillende initiatieven. De een wilde een nieuwe wipkip in een speeltuin, Haasbroek wilde graag geld reserveren voor het ontwikkelen van een toekomstvisie. Werkloze zzp’ers zijn in de wijk eigen bedrijfjes begonnen, zoals een groentewinkel en een audiobedrijf.

Maar ook is er goed contact opgebouwd met de immer belangrijke wijkagent. Haasbroek vertelt hoe deze een rol hebben gespeeld bij het uiteenhalen van groepen Oost-Afrikanen, die elkaar een café uitvochten, tot op de trambaan. De wijkagent wist dat een leegstaande fabriek geplaagd werd door inbraken en zorgde dat een deel van de groep Afrikanen daar hun honk kreeg. Konden ze mooi voor de beveiliging zorgen, ondanks dat een deel van hen illegaal in ons land is. De wijkagent meldt deze illegaliteit keurig bij zijn meerderen, in de wetenschap dat het daarna ergens in de bureaucratie ‘verdwijnt’. Haasbroek heeft over zijn avonturen in Middelland een mooi boek geschreven, De Middellandman. Daarin ook aandacht voor een uniek lotingssysteem, waarmee je met een notaris wijkbewoners selecteert, die je vervolgens actief benadert voor deelname aan de wijkraad. Werkt als een trein.

Conclusies

Na de deelsessies presenteren de gespreksleiders hun conclusies over de samenwerking op het gebied van veiligheid en leefbaarheid. Deze conclusies luiden;

  • Zorg er als gemeente voor dat professionals in de wijk terecht kunnen bij één loket voor meldingen en follow up. Organiseer zaken in de buurt zelf, laagdrempelig en herkenbaar voor bewoners. Maak duidelijk wat de winst kan zijn voor iedereen. 
  • Investeer in het bereiken van buurten met weinig onderling vertrouwen, met weinig samenhang. Buurtpreventie en veiligheid vragen om creativiteit. Kies niet voor de makkelijkste weg: het bereiken van buurten waar mensen toch al actief zijn kan iedereen.
  • Als je wantrouwend naar een buurt kijkt, krijg je wantrouwen terug; laat buurtbewoners zelf keuzes maken en prioriteren, en geef ze daarin vrijheid en verantwoordelijkheid.
  • Stuur op maatschappelijk effect in plaats van op kpi’s en cijfers. Dit vereist vertrouwen van managers in professionals dat zij het goede doen. Verbetering van leefbaarheid, welzijn en sociale cohesie kun je niet hard meten.